Welzijn op Recept 2.0. Huisarts Hedwig Vos

Hedwig Vos is als huisarts werkzaam bij V&V Huisartsen in de Haagse wijk Rustenburg-Oostbroek en als hoofd Huisartsenopleiding van het Leids Universitair Medisch Centrum met Welzijn op Recept bezig. Zij ziet een belangrijke rol voor WoR in de toekomst, maar dan moet wel de samenwerking tussen het medisch- en het welzijnsdomein verduurzamen. Wie is daarvoor verantwoordelijk? Moet misschien het hele zorgsysteem eens kritisch worden bekeken?

Hedwig Vos werkt één dag per week in de Haagse huisartsenpraktijk. Regelmatig komen er patiënten bij haar met lichamelijke of psychische klachten, waarvan de oorzaak niet medisch blijkt te zijn. Voor deze groep werkt Hedwig nauw samen met het Servicepunt, waar allerlei hulpverleners zoals de welzijnscoach zitten en verschillende activiteiten plaatsvinden. “Als patiënten het zelf kunnen regelen, stuur ik ze direct door, ‘Ga eens praten met die en die’. Als ze kwetsbaar zijn, mail of bel ik de welzijnscoach. Voor hen werkt een warme overdracht het best.”

Het Servicepunt is voor de patiënten in de wijk een bekende plek, vaak gaan ze daar al naartoe. De mensen die Hedwig doorverwijst, blijken vaak de mensen te zijn waarover de medewerkers van het Servicepunt zich ook zorgen maken.

Er wordt sterk wijkgericht gewerkt, met korte lijnen. Noodzakelijk daarbij is een nauwe samenwerking tussen huisartsen en welzijnscoach, met snelle terugkoppeling: “Je moet van elkaar weten wat je kan. Maar door personeelswisseling stopt het weer, is wat je geïnvesteerd hebt in de samenwerking eigenlijk teniet gedaan, moet je weer bij nul beginnen.”

De Haagse huisarts zou willen dat de continuïteit beter in de gaten gehouden wordt: “Eigenlijk zou er iemand moeten zijn die daarmee bezig is.” Maar wie is daarvoor verantwoordelijk? De welzijnsorganisatie, de huisarts, de gemeente?

Samenwerking intensiveren

Hedwig ziet een belangrijke rol weggelegd voor Welzijn op Recept in de toekomst: “Omdat we steeds meer te maken krijgen met andere factoren waar geen pil voor is. Daarvoor is het wel belangrijk dat we de relatie huisarts – welzijnscoach verder uitbouwen. We moeten meer gaan samenwerken en doorontwikkelen naar een welzijnscoach die veel meer verbonden is met de huisartsenpraktijk. Dat er direct contact is, omdat de welzijnscoach een dagdeel in de praktijk zit en daar spreekuur houdt. Zeg maar Welzijn op Recept 2.0.”

Discussie nodig

Ook zou er gekeken moeten worden naar de kosten en de baten van WoR. Zorgverzekeraars kijken vooral naar de baten. Betekent meer naar het sociaal domein verwijzen, minder verwijzingen naar ziekenhuizen? Je zou daarover discussies kunnen voeren op regionaal niveau. Probleem daarbij is dat er regionaal veel verschillende zorgverzekeraars actief zijn.

Eventueel zou de rijksoverheid een rol kunnen spelen: “Het zijn toch kostenbesparingen. Maar blijkbaar doet het minder pijn dat mensen worden doorverwezen naar de dure tweedelijnszorg, waar ze niet altijd beter van worden, dan naar de nuldelijnszorg. Zo is nou eenmaal het systeem. De systeemproblemen zijn alleen daar op te lossen waar ze gecreëerd zijn, op een hoger niveau dan de huisartsen. Maar blijkbaar voelt niemand de urgentie om werkelijk iets te veranderen.”

Voor die verandering is het belangrijk dat huisartsen, ook de toekomstige, kennis opdoen over de andere manier van werken. Vandaar dat aan de Huisartsenopleiding van het LUMC binnen de module Preventie colleges worden gegeven over Welzijn op Recept. En het werkt, zo ervoer Hedwig onlangs: “De arts in opleiding in onze praktijk vroeg waar ze verwijsbrieven voor Welzijn op Recept kon vinden.”

Meer weten over de samenwerking tussen eerstelijnszorgverlener en de welzijnscoach kijk dan ook naar het boekje over samenwerken binnen Welzijn op Recept.

Wil je meer weten over Welzijn op Recept 2.0, dan is het handboek Welzijn op Recept iets voor jou.